zondag 16 augustus 2009

Toon Tellegen


Foto: uit het boek Birth, als symbool voor de verte: het reisdoel van de mier.

Het onderscheid tussen de kinder- en jeugdboeken en de literatuur voor volwassenen is bij Toon Tellegen niet eenduidig. Veel van zijn kinderboeken met dierenverhalen worden immers ook door volwassenen gelezen. Omgekeerd wordt zijn proza en poëzie ook door jeugdige lezers en adolescenten gesmaakt. Hier een fragment uit zijn nieuwste boek 'het vertrek van de mier', waarin de mier op een dag besluit van huis weg te gaan. De achterblijvende dieren peinzen over wat verdwijnen is, en spreken over de tijd toen iedereen nog bij elkaar was. Allemaal gaan ze anders met het vertrek van de mier om. De een wordt treurig, de ander gaat nóg meer eten, een derde raakt in paniek. Maar één ding staat vast: ze missen de mier ontzettend. Ook de mier laat van zich horen. Hij is ver van huis en hoort stemmen in zijn hoofd. Zijn het de andere dieren? Zijn verlangens om de eekhoorn, de olifant en alle andere terug te zien is zo groot. In zijn aantekeningen doet hij poëtisch verslag van zijn heimwee.

Ik had een muur moeten bouwen, dacht de bever, waar hij niet overheen had kunnen klimmen. Maar toen hij dat aan de krekel vertelde, die hij aan de rand van het bos tegenkwam, vroeg de krekel: 'En als er nu eens iemand is waar ik nog nooit van heb gehoord en die wil bij mij op bezoek komen en die woont aan de andere kant van die muur?' Daar had de bever geen antwoord op. 'En als de mier echt had weg gewild en die muur stond er en hij zat zich nu te verbijten en wilde nooit meer iemand zien?' vroeg de krekel. 'Tja,' zei de bever. 'En als hij er een tunnel onderdoor had gegraven?' 'Daar weet ik raad op!' riep de bever en hij sprong op. 'Ik kan ook omlaag bouwen!' 'En als hij dan toch was weggegaan, maar op een raadselachtige manier, waar nog nooit iemand van heeft gehoord en waar muren niet tegen helpen?' De bever zweeg. 'En als wij hem dan allemaal achterna wilden gaan, maar wel op een gewone manier, en die muur stond er?' vroeg de krekel. 'Ik had ook een heel kleine muur kunnen bouwen,' zei de bever zachtjes. Hij keek naar de grond en liep zonder nog iets te zeggen door. Thuisgekomen ging hij voor zijn deur zitten nadenken. En toch had ik een muur moeten bouwen, dacht hij. Hij sloeg met zijn rechter vuist op zijn linker handpalm. Ik weet het zeker. Hij zag de mier voor zijn muur staan. Ai, zei de mier, dáár had ik niet op gerekend... Hij probeerde over de muur heen te klimmen, eronderdoor te kruipen en er dwars doorheen te lopen. Maar het lukte niet. Hij liep erlangs tot hij niet meer kon. Hij bleef staan voor een briefje dat aan de muur hing:

Onneembare muur.
Taart bij mij.
De bever

De mier las het briefje en plotseling kwamen zijn krachten terug en holde hij naar de bever toe. De bever was thuis en had toevallig honingtaart gebakken. Ze atn de taart en spraken over onneembaarheid en de zomer, en de mier ging nooit meer weg.
Daar zie ik van af, bever, zei hij.
Dat is goed, mier, zei de bever.
Ik had zo'n muur moeten bouwen, dacht hij. Nu is het te laat.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen